Is er een verband tussen de Psychologencommissie en de wet op de ggz-beroepen?

Hoe verhoudt de nieuwe erkenning als klinisch psycholoog zich tot de titelbescherming en de deontologie?

<em>Pagina gecreëerd op 30 januari 2017</em>

Sinds de 'wet van 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog' dient iedereen die de titel van psycholoog wenst te dragen zich in te schrijven bij de Psychologencommissie. Op 21 december 2013 werd de wet op de titelbescherming gewijzigd en gekoppeld aan een juridisch verankerde deontologie. Sindsdien onderschrijft een psycholoog op de lijst via zijn inschrijving de bij Koninklijk besluit bepaalde deontologische code.

De 'wet van 10 juli 2016 tot wijziging van de wet van 4 april 2014 tot regeling van de geestelijke gezondheidsberoepen' staat echter los van de wet op de titelbescherming. Deze laatste geldt overigens voor alle psychologen, ongeacht hun statuut of werkveld. Een ander belangrijk verschil is dat de wet op de GGZ-beroepen de klinisch psycholoog niet enkel een titelbescherming, maar vooral een beroepsbescherming biedt. Deze beroepsbescherming houdt in dat niet enkel de titel maar ook de handelingen van de klinisch psycholoog voorbehouden worden aan beroepsbeoefenaars die de nodige kwalificaties (lees: erkenning en visum) hebben. 

Erkenningsprocedure van klinisch psycholoog geen bevoegdheid van de Psychologencommissie

De erkenning van klinisch psychologen zal geen bevoegdheid zijn van de Psychologencommissie. Zij is immers een federale instantie. Sinds de zesde staatshervorming zijn de erkenningscommissies van gezondheidszorgberoepen (waaronder de klinisch psycholoog) een bevoegdheid van de gemeenschappen. Niettemin is het de wens van de plenaire vergadering dat de Psychologencommissie in de toekomst wel haar deontologische bevoegdheid zal blijven uitoefenen voor klinisch psychologen. Zo zijn we zeker dat klinisch psychologen hun eigen deontologie blijven behouden en voorkomen we op een sluitende manier dat zij onder de medische deontologie terechtkomen (zie volgende paragraaf).

Wat dan met de deontologie van klinisch psychologen?

De inschrijving bij de Psychologencommissie en dus de onderschrijving van de deontologische code voor psychologen, zal een vereiste stap blijven binnen de erkenningsprocedure voor klinisch psychologen. Nadeel is dat dit dan, voor klinisch psychologen, ook resulteert in een erkenningsprocedure en een inschrijvingsprocedure door twee verschillende instanties. Het oprichten van een Orde van Psychologen als zelfregulerend beroepsorgaan, binnen een aangepast wettelijk kader, zou een antwoord kunnen bieden op dit probleem.

Bovendien kan zo ook op een waterdichte manier voorkomen worden dat deontologische klachten over klinisch psychologen bij de Provinciale Geneeskundige Commissies terecht komen. Dan bestaat immers de kans dat deze Provinciale Geneeskundige Commissies de medische deontologie als uitgangspunt nemen om deontologische klachten tegen klinisch psychologen te beoordelen. 

Het is daarom cruciaal dat (klinisch) psychologen hun eigenheid blijven behouden, ook wat deontologie betreft, en niet terechtkomen onder een medische deontologie.  Dit is één van de belangrijkste drijfveren om te evolueren naar een volwaardige Orde van Psychologen.

>> Klik om alle voordelen van een Orde van Psychologen te lezen 

>>Waarom neemt de Psychologencommissie geen standpunt in over de wet op de geestelijke gezondheidszorgberoepen en waarom verspreidt ze hierover wel algemene info?


 
Deel deze pagina