Interview van Ellen Bisschop & Ingrid De Paep, effectieve leden van de Nederlandstalige kamer van de Tuchtraad

Hebt u zich altijd al afgevraagd wat precies de taak was van een lid van een disciplinaire instantie? We hebben Ellen Bisschop en Ingrid De Paep, effectieve leden van de Nederlandstalige Kamer van de Tuchtraad, geïnterviewd om deze vraag te beantwoorden.

Wil u er ook bij betrokken worden? Om u voor 15 juli om middernacht bij de Psychologencommissie aan te melden, klik hier.

Wat zijn volgens u de belangrijkste kwaliteiten van een raadslid?

Ingrid De Paep: Het lijkt me belangrijk dat de raadsleden uit diverse werkgebieden komen, zodat er tijdens de zitting een ruime kijk kan gecreëerd worden op de complexiteit van ons werk. Raadsleden worden echter verkozen, dus deze voorwaarde kan niet beïnvloed worden. Doordat er ook vervangende raadsleden zijn, bestaat er wel de mogelijkheid om iemand te consulteren.

Het goed begrijpen van de code en hoe het rechterlijk denken soms verschilt van het psychologisch denken, zijn evidenties. Psychologisch denken wordt gekenmerkt door ruim denken: Wat kan de onderliggende dynamiek zijn? Rechtelijk denken is veel meer lineair en bekijkt de conformiteit met de wet. Natuurlijk is het niet zo eenvoudig. Ik stel het hier wat simplistisch voor om mij duidelijk te maken. Een goed raadslid is iemand die deze twee vormen van denken kan integreren. De doelstelling is de Code niet beperkend te gaan hanteren, maar als richtlijn ter bevordering van ethisch handelen.

Ellen Bisschop: Ik vergelijk het graag met de positie van de psycholoog t.a.v. zijn patiënt/cliënt: Vanuit een zekere abstinentie ten op zichte van je eigen verhaal, waarden en oordelen staat de kennis van je theoretisch denkkader voorop. Maar een theoretisch denkkader hoeft en mag het verhaal van de ander niet uitsluiten. Een goede kennis van de ethiek en deontologie is onmisbaar, maar mag niet als dogma gaan dienen. Je dient binnen elk dossier verder te gaan dan de letter, zoals een psycholoog ook verder gaat dan het woord alleen. Kennis, ervaring en zelfbewustzijn staan centraal.

Wat is uw beste ervaring?

IDP: Ik heb steeds goede ervaringen gehad zowel op vlak van de opleidingen in het begin van ons werk als tijdens de zittingen. We gingen heel respectvol om met elkaar en de beklaagde, al dan niet bijgestaan door een advocaat.

EB: Er was veel respect naar elkaar toe maar ook naar ons collega’s beklaagden. Ook van hen kregen we vaak, ondanks hun moeilijke positie, dankbaarheid en geduld. We waren een prachtig complementair team. Plezier en serieusiteit lagen perfect in evenwicht. Het was algemeen, een onmisbare ervaring…

Kunt u de verschillende stappen beschrijven om een dossier aan te pakken?

    IDP: De dossiers worden digitaal doorgegeven en netjes geordend door de griffier. Sommige stukken zijn administratief en enkel voor de volledigheid van het dossier. De delen die heel grondig dienen doorgewerkt te worden zijn:

    1. de klacht
    2. aanvullingen van de klacht
    3. het verweer

    De Nederlandstalige Kamer van de Tuchtraad behandelt per zitting een groot aantal (vaak lijvige) dossiers. Dit betekent heel wat voorbereidingswerk. De verloning die voorgesteld wordt door het Koninklijk Besluit is spijtig genoeg niet in verhouding met het belang dat dit orgaan uitdraagt, noch met het belang van het Tuchtrecht, zowel voor de beklaagde als voor de klager, en het voorbereidingswerk voor de zetelende raadsleden en hun persoonlijke investering. Zoals op zovele domeinen halen wij als psychologen onze motivatie eerder intrinsiek. We hebben zoveel jaren geijverd voor de bescherming van onze titel en voor de deontologie van ons werk. Het blijft belangrijk om via de Psychologencommissie een onafhankelijk Tuchtorgaan te laten bestaan zodat we naast de kwaliteit van ons werk (het visum voor Klinisch Psychologen), een Tuchtrechtbank behouden voor de deontologie van alle psychologen in alle werkgebieden.

    Kunt u uitleggen hoe jullie werken op een dossier?

    IDP: De dossiers worden door iedereen thuis voorbereid. De zittingen zijn hoorzittingen waarbij de beklaagde psycholoog zijn verweer kan toelichten en er bijkomende vragen kunnen gesteld worden. Hierna wordt de zaak in beraad genomen. We komen tot een schriftelijk vonnis dat door de voorzitter en de zittende raadsleden wordt ondertekend.

    Jullie waren de eersten, was het een uitdaging of een gelegenheid? En waarom?

    IDP: Gedurende ons eerste werkjaar hebben we een grondige opleiding gekregen in belangrijke topics zoals bijvoorbeeld het (gedeeld) beroepsgeheim en het ouderschapsrecht. Deze werden vergezeld door een diner wat een verbindende factor had. Het is zeker een uitdaging voor psychologen om zich over het Tuchtrecht te buigen.

    EB: Het was zeker een uitdaging! Mits een goede begeleiding inzake de nodige procedures door onze voorzitter en griffier, konden we er vrij snel vlot doorheen. Omgekeerd was het voor hen ook nieuw om in het psychologisch thema te treden. Het was mooi om dit proces te zien groeien en te zien hoe twee verschillende disciplines elkaar meer en meer konden en wilden begrijpen.

    Zoals Ingrid al aangaf, lag de vergoeding niet in verhouding met de investering en het belang van het orgaan. Ook dit was soms een uitdaging doorheen de tijd en kon enkel gecompenseerd worden door ons zelf gecreëerde sfeer binnen het ‘tuchtteam’.

    Is uw manier om te denken over de psychologie en de uitoefening ervan aangepast? Zo ja op welke manier?

    IDP: Binnen de verschillende psychopathologieën en het evolueren naar een meer gezond functioneren, zien we het belang van het erkennen van de wet, ze te aanvaarden en er een gezonde positie tegenover in te nemen. Dit geldt evenzeer voor de behandelaar.

    EB: Ik ben zelf nog bewuster geworden van eventuele valkuilen en gevaren voor ons als psychologen. Waar men soms handelt vanuit goede bedoelingen, kan men zelf de dupe worden. Niet elke psycholoog, hoeveel anciënniteit ook, is zich hier altijd even bewust van. Toch stelde het me evenzeer gerust dat we via zulke code en ethiek elkaar kunnen opvangen en steunen waar nodig. Mijn denken over psychologie bleef onveranderd, evenals de uitoefening ervan.

    Waarom is de Tuchtrecht en tuchtinstanties volgens u belangrijk voor de psychologen?

    IDP: Het is een belangrijk kwaliteitslabel om je werk te onderwerpen aan een Tuchtrecht. Het beoordelen van de deontologie van ons werk moet essentieel los staan van de verschillende afstudeerrichtingen in de Psychologie en de beroepsverenigingen. Het moet de richtingen en de beroepen overstijgen en op die manier een verenigende factor zijn in de diversiteit van ons werk.

    EB: Te vaak wordt de Tuchtraad als bedreigend gezien. Ik zou velen willen gerust stellen. Ook wij zetelen met een ethiek; zoals ik voorheen stelde: het gaat niet over alles of niets. Het gaat ook over jouw verhaal, jouw intentie, jouw werkwijze, jouw rationale, …. uiteraard naast dat van de cliënt/patiënt. Zolang een tuchtraad naast de code, dit als kompas gebruikt, kan iedereen dan ook, denk ik, begrijpen dat we als psychologen best een tuchtraad kunnen gebruiken: professionalisering van ons beroep en erkenning van onze titel.

    Denkt u dat uw werk een goede invloed heeft op de uitoefening en het beroep van psychologen? Zo ja, waarom?

    IDP: Ik denk dat de erkenning van onze titel "Psycholoog" en het engagement om ons werk proberen te doen zoals de Code het voorschrijft, een heel belangrijke evolutie is voor de discipline "Psycholoog". Een zitting in de Tuchtrechtbank heeft bij vele collega's een heel grote impact. Ik hoop dat we constructief verder mogen evolueren en het Tuchtrecht eerder gaan ervaren als een punt om grondig te reflecteren op hoe de cliënt en zijn context ons werk ervaart en welke de intenties zijn van de psycholoog om zijn werk op een welbepaalde manier te doen. De raadsleden bekijken deze dynamieken door ze te refereren aan de wet.

    EB: Ja en neen. Vele collega’s verrasten ons aangenaam in hun aanpak. Maar sommige collega’s zijn nog te bevreesd en slaan in een kramp. De gevolgen zijn vaak, om het in extremen te stellen: ‘foert’ of ‘paranoïa’. Vreemd om zeggen maar ondanks het soms kwetsende en/of bedreigende karakter van een klacht, is die soms ook wel eens ‘leerrijk’. Schorsing of schrapping gebeurde zelden en dus enkel in uitzonderlijke dossiers. Ik raad aan: Gebruik de code als een kader, ga in overleg, stel jezelf en je werk tijdig en ‘gezond’ in vraag, informeer je, wees voldoende opgeleid en vooral: blijf je passie voor je job voorop stellen.


     
    Deel deze pagina