Wat is het verschil en welke complementariteit bestaat er tussen de tuchtinstanties van de Psychologencommissie en de Provinciale Geneeskundige Commissies?

Terug naar pagina Visum - erkenning - inschrijving

Samengevat kan gesteld worden dat de tuchtinstanties van de Psychologencommissie en de Provinciale Geneeskundige Commissies verschillende en niettemin complementaire takenuitvoeren.

De volgende bijdrage gaat dieper in op de redenen waarom dit het geval is.

De Psychologencommissie beschikt sinds 1 mei 2014 over tuchtinstanties[1], die bevoegd zijn om te oordelen over eventuele inbreuken op de deontologische code (hierna afgekort: DC).[2]Ingeval een psycholoog bijvoorbeeld informatie heeft verstrekt aan de ex-partner van een patiënt binnen het kader van een (v)echtscheiding, kan deze patiënt een klacht indienen tegen deze psycholoog bij de tuchtinstanties en dit omwille van een (vermeende) schending van het beroepsgeheim.[3]De tuchtinstanties zullen zich dan moeten uitspreken over de vraag of de betrokken psycholoog in deze specifieke situatie wel degelijk het beroepsgeheim heeft geschonden. Indien dit het geval zou zijn, kunnen de tuchtinstanties een sanctie uitspreken.

Klik hier voor meer informatie en raadpleging van de deontologische code.

Klik hier voor meer informatie over de tuchtprocedure en de mogelijke sancties.

De Psychologencommissie is bevoegd voor alle psychologen, ongeacht de sector waarin de psycholoog werkzaam is en ongeacht het statuut waarover de psycholoog beschikt. Dit impliceert dat de tuchtinstanties van de Psychologencommissie tevens bevoegd zijn voor alle psychologen.

De klinischpsychologen worden sinds 1 september 2016 erkend als (geestelijk) gezondheidszorgberoep.[4]Dit houdt onder meer in dat de klinisch psychologen ook over een visum moeten beschikken, dat uitgaat van de FOD Volksgezondheid, om hun beroep te mogen uitoefenen.[5]

Klik hier voor meer informatie over het visum.

De visumverplichting brengt met zich mee dat de klinisch psychologen onderworpen zijn aan de Provinciale Geneeskundige Commissies.[6]De Provinciale Geneeskundige Commissies beschikken over het recht om het visum in te trekken of het behoud ervan te verbinden aan bepaalde voorwaarden in twee gevallen:

  • Het eerste geval heeft betrekking op de situatie waarin de betrokken psycholoog fysisch of psychisch niet meer in staat is om zijn beroep uit te oefenen zonder risico’s of potentieel zware gevolgen voor de patiënt en/of de volksgezondheid.[7]Denken we bijvoorbeeld aan de klinisch psycholoog van wie zijn oordeelsvermogen, humeur of betrouwbaarheid beïnvloed wordt door zijn alcohol- of drugverslaving, alle belangrijke kwaliteiten in het kader van een therapeutische behandeling.
  • Het tweede geval betreft de situatie waarin uit een uittreksel van het Strafregister van de betrokken klinisch psycholoog blijkt dat zijn of haar gerechtelijk verleden niet strookt met de uitoefening van het psychologenberoep of met een deel ervan en waarbij de feiten waarvoor men veroordeeld is, voldoende relevant worden geacht voor de beroepsuitoefening.[8]Ingeval een klinisch psycholoog die met kinderen werkt bijvoorbeeld veroordeeld werd voor het bezit van pedopornografisch materiaal, kan de Provinciale Geneeskundige Commissie het visum van deze psycholoog intrekken of het behoud ervan aan bepaalde voorwaarden verbinden.

De Provinciale Geneeskundige Commissies beschikken dus geenszins over tuchtbevoegdheden, in tegenstelling tot de tuchtinstanties van de Psychologencommissie en dit om twee redenen:

  • Er bestaat geen wettelijke grondslag die de Provinciale Geneeskundige Commissies toelaten om een tuchtrechtelijke beslissing te nemen.[9]De tuchtrechtelijke bevoegdheid werd door de wetgever uitdrukkelijk toegekend aan de tuchtinstanties van de Psychologencommissie.[10]
  • Een tuchtrechtelijke bevoegdheid toekennen aan de Provinciale Geneeskundige Commissies ondanks de afwezigheid van een wettelijke grondslag hiertoe zou een schending inhouden van het strafrechtelijke legaliteitsbeginsel ‘geen straf zonder wet’.[11]Dit juridische principe betekent dat een tuchtsanctie enkel kan worden opgelegd indien de mogelijkheid daartoe uitdrukkelijk in de wet werd voorzien. Voor de Provinciale Geneeskundige Commissies is dit, zoals reeds vermeld, niet het geval en dit in tegenstelling tot de tuchtinstanties van de Psychologencommissie.[12]

Samengevat kan gesteld worden dat de tuchtinstanties van de Psychologencommissie en de Provinciale Geneeskundige Commissies verschillende en niettemin complementaire taken uitvoeren.

Ingeval een klinisch psycholoog bijvoorbeeld lijdt aan een zware depressie en eventueel ingevolge daarvan onzorgvuldig omspringt met de gegevens van zijn of haar patiënt, zijn de tuchtinstanties van de Psychologencommissie en de Provinciale Geneeskundige Commissie in se beide bevoegd. In dergelijk geval is het namelijk aannemelijk dat de betrokken klinisch psycholoog psychisch niet meer in staat is om zijn of haar beroep uit te oefenen zonder risico’s of potentiële zware gevolgen voor de patiënt. De Provinciale Geneeskundige Commissie kan zodoende het visum intrekken of het behoud ervan aan bepaalde voorwaarden verbinden. Tegelijkertijd kan in dit voorbeeld aan de klinisch psycholoog verweten worden dat de regels betreffende het gedeelde beroepsgeheim werden geschonden (art. 14 DC). De tuchtinstanties van de Psychologencommissie kunnen zodus een sanctie uitspreken ten aanzien van de betrokken psycholoog.

De Provinciale Geneeskundige Commissie beschikt over de mogelijkheid, en is daar zelfs wettelijk toe verplicht, om de tuchtinstanties van de Psychologencommissie in kennis te stellen van eventuele inbreuken op de deontologische code.[13]Omgekeerd bestaat dergelijke wettelijke verplichting niet, maar de facto brengen ook de tuchtinstanties van de Psychologencommissie de Provinciale Geneeskundige Commissie op de hoogte van zaken die ertoe zouden kunnen leiden dat het visum moet worden ingetrokken of het behoud ervan aan bepaalde voorwaarden moet worden verbonden.

Wat?

Voor wie?

Bevoegde instantie?

Taken?

Tuchtinstanties

Alle psychologen

Psychologencommissie

Controle over de naleving van de deontologische code

Provinciale Geneeskundige Commissies

Klinisch psychologen

FOD Volksgezondheid

Visum intrekken of het behoud ervan aan bepaalde voorwaarden verbinden in twee gevallen:

  • Fysische of psychische onmogelijkheid om het beroep uit te oefenen zonder risico’s of zware gevolgen voor de patiënt en/of de volksgezondheid
  • Gerechtelijke veroordeling, waarbij de feiten voldoende relevant geacht worden in het kader van de beroepsuitoefening
Terug naar pagina Visum - erkenning - inschrijving

Referenties

[1] Art. 8/1 e.v. Wet 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog.

[2] Koninklijk besluit van 2 april 2014 tot vaststelling van de voorschriften inzake de plichtenleer van de psycholoog, gewijzigd door het KB van 4 juni 2018 tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 april 2014 tot vaststelling van de voorschriften inzake de plichtenleer van de psycholoog.

[3] Op basis van art. 5 DC.

[4] Wet van 4 april 2014 tot regeling van de geestelijke gezondheidszorgberoepen en tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen.

[5] Art. 25, §1, 1° Gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen.

[6] Art. 118-119 Gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen; Koninklijk besluit van 7 oktober 1976 betreffende de organisatie en de werkwijze van de geneeskundige commissies.

[7] Art. 119, §1, 2°, b) en i) Gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen.

[8] Art. 119, §1, 2°, h) Gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen.

[9] R. VAN GOETHEM, “De Provinciale Geneeskundige Commissies” in T. VANSWEEVELT en F. DEWALLENS (eds.), Handboek Gezondheidsrecht Volume I – Zorgverleners: statuut en aansprakelijkheid, Antwerpen, Intersentia, 2014, (615) 622.

[10] Met name in art. 8/1 e.v. Wet 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog.

[11] R. VAN GOETHEM, “De Provinciale Geneeskundige Commissies” in T. VANSWEEVELT en F. DEWALLENS (eds.), Handboek Gezondheidsrecht Volume I – Zorgverleners: statuut en aansprakelijkheid, Antwerpen, Intersentia, 2014, (615) 622.

[12] Met name in art. 8/9 Wet 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog.

F. PIRET, “Responsabilité disciplinaire du psychologue clinicien” in J.-M. HAUSMAN en G. SCHAMPS (eds.), Aspects juridiques et déontologiques de l’activité de psychologue clinicien, Brussel, Bruylant, 2016, (243) 268.

[13] Art. 119, §1, 2°, f) Gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen.


 
Deel deze pagina