De vertrouwenspersoon in de wet op de patiëntenrechten

Onderstaande informatie is gebaseerd op de geldende wetgeving, de rechtsleer en de deontologische code. Het feit dat we deze informatie publiceren is geen standpuntinname, maar vloeit voort uit de wens van de Psychologencommissie om psychologen te informeren over de voor hen relevante regelgeving. De gegeven informatie is bovendien niet te beschouwen als een bindend advies of een advies op maat. De toepassing ervan valt steeds onder de verantwoordelijkheid van de psycholoog zelf die zijn afweging maakt in functie van de specifieke situatie. 

Gebruikte afkorting: WPR = Wet op de Patiëntenrechten

Een wilsbekwame patiënt kan zich laten bijstaan door een vertrouwenspersoon bij de uitoefening van zijn patiëntenrechten, zoals bij:

  • Het recht om alle informatie te ontvangen die op de patiënt betrekking heeft en nodig is om inzicht te krijgen in zijn gezondheidstoestand en de vermoedelijke evolutie ervan (art. 7A2, derde lid WPR).
  • Het recht op inzage en afschrift van het patiëntendossier (art. 9A2 en A3 WPR).

Indien de patiënt een vertrouwenspersoon heeft aangeduid dient u deze ook in te lichten wanneer u de therapeutische exceptie toepast (art. 7A4, tweede lid). 

Inhoud

  1. Wie kan een vertrouwenspersoon zijn?
  2. Kan een psycholoog een vertrouwenspersoon weigeren?
  3. De vertrouwenspersoon en het patiëntendossier
  4. Verwijzingen

1. Wie kan een vertrouwenspersoon zijn?

De wet op de patiëntenrechten voorziet geen formele definitie voor de vertrouwenspersoon. In de memorie van toelichting bij deze wet vinden we wel een aantal bepalingen terug die de vertrouwenspersoon nader omschrijven1:

  • Het gaat om een persoon die de patiënt in vertrouwen neemt en vanuit gelijklopende belangen handelt
  • Wat betreft de aanduiding van de vertrouwenspersoon is het niet nodig dat een specifieke procedure wordt gevolgd maar idealiter gebeurt dit best na voorafgaandelijk overleg tussen de patiënt en de toekomstige vertrouwenspersoon (voor de aanduiding van gegevens over de vertrouwenspersoon in het dossier, zie verder).
  • Het gaat om een stilzwijgende overeenkomst ter goeder trouw dat de vertrouwenspersoon de informatie enkel en alleen in het belang van de patiënt gebruikt.

De bevoegdheden van deze vertrouwenspersoon dienen steeds overeen te stemmen met de door de patiënt gegeven toestemming

2. Deze laatste dient heer en meester te blijven wat betreft informatie die op hem betrekking heeft. U kunt dus niet zomaar persoonlijke gegevens over de patiënt met de vertrouwenspersoon uitwisselen indien de patiënt daar niet zijn expliciet akkoord voor heeft gegeven. De patiënt kan ook op elk moment beslissen om zijn vertrouwenspersoon uit die rol te ontzetten.

Op de website van de FOD volksgezondheid vindt u een template die u kan gebruiken wanneer uw patiënt een vertrouwenspersoon wenst aan te stellen. Deze template is opgesteld door de Federale commissie rechten van de patiënt. >> klik hier

Terug

2. Kan een psycholoog een vertrouwenspersoon weigeren?

Wanneer de patiënt een vertrouwenspersoon wenst aan te stellen kunt u hem dit recht in principe niet ontzeggen. Stelt u echter vast dat iemand druk of intimidatie gebruikt om de vertrouwenspersoon van uw patiënt te worden, hoe zit het dan? Dan liggen de kaarten al wat anders. H. Nys stelt daaromtrent dat de beroepsbeoefenaar in dergelijke gevallen een goede reden heeft om een vertrouwenspersoon  te weigeren3. Ook uw deontologische code wijst er in artikel 43 op dat u niet mag ingaan op verzoeken van derden die een ongeoorloofd of immoreel voordeel nastreven.

Terug

3. De vertrouwenspersoon en het patiëntendossier

Wanneer u informatie uitwisselt met een vertrouwenspersoon op vraag van de patiënt, moet u volgens de Wet op de Patiëntenrechten een aantal gegevens opnemen in het patiëntdossier.

1.Wanneer de patiënt een vertrouwenspersoon aanduidt om hem bij te staan in het oefenen van zijn recht op informatie over de gezondheidstoestand

U noteert in het dossier dat u informatie over de gezondheidstoestand, met akkoord van de patiënt, hebt meegedeeld aan de patiënt in aanwezigheid van de vertrouwenspersoon. U noteert daarbij duidelijk de identiteit van de vertrouwenspersoon (art. 7A2 lid 3 WPR).

2.Wanneer de patiënt een vertrouwenspersoon aanduidt om het recht op informatie over de gezondheidstoestand in zijn plaats uit te oefenen

U noteert in het dossier dat u informatie over de gezondheidstoestand, met akkoord van de patiënt, hebt meegedeeld aan de vertrouwenspersoon. U noteert daarbij duidelijk de identiteit van de vertrouwenspersoon (art. 7A2 lid 3 WPR).

3.Wanneer de patiënt een vertrouwenspersoon aanduidt om hem bij te staan in zijn inzagerecht en/of recht op afschrift

U voegt het schriftelijk verzoek van de patiënt om zich te laten bijstaan door een vertrouwenspersoon bij het uitoefenen van zijn inzagerecht of recht op afschrift toe. U noteert daarbij ook duidelijk de identiteit van de vertrouwenspersoon(art. 9A2 lid 4 en art. 9A3 WPR).

4.Wanneer de patiënt een vertrouwenspersoon aanduidt om zijn inzagerecht en/of recht op afschrift in zijn plaats uit te oefenen

U voegt het schriftelijk verzoek van de patiënt om zijn inzagerecht en/of recht op afschrift uit te oefenen via een vertrouwenspersoon toe. U noteert daarbij ook duidelijk de identiteit van de vertrouwenspersoon (art. 9A2 lid 4 en art. 9A3 WPR).

Terug

4. Verwijzingen

1Memorie van toelichting bij het wetsontwerp betreffende de rechten van de patiënt, Parl. St., Kamer, doc. 50,  2001-02, nr. 1642/001, p.21 >>Klik hier om te raadplegen

2 Veys, M.N. (2008). De Wet Patiëntenrechten in de psychiatrie. Gent: Larcier, p. 196

3 Nys, H. (2014). Recht en bio-ethiek. Tielt: Uitgeverij Lannoo Campus, p. 63

Terug


 
Deel deze pagina