Het beroepsgeheim tijdens de fiscale controle

Gebruikte afkortingen: DC = Deontologische Code; WIB = Wetboek van de InkomstBelastingen

In dit dossier gaan we in op de volgende vragen:

 

Wat valt onder een fiscale controle?

Bij een fiscale controle bent u als zelfstandige verplicht om aan de fiscus alle boeken en stukken voor te leggen die nodig zijn om uw belastbaar inkomen te bepalen (artikel 315 WIB 92). Hieronder vallen ook de duplicaten van de ontvangstbewijzen die u opstelt volgens de modellen bepaald in artikel 320 van datzelfde wetboek. Deze modellen vragen dat u de naam van uw cliënt noteert op:

  • het originele ontvangstbewijs bestemd voor de cliënt;
  • het duplicaat van dit ontvangstbewijs dat u zelf bijhoudt in uw boekhouding.

Meer informatie over het gebruik van deze ontvangstbewijzen? >> Klik hier.

↑ Terug

Waarom vormt dit een probleem voor het beroepsgeheim?

Wanneer de fiscus inzage vraagt in uw ontvangstbewijzen kan hij in principe dus ook de namen van uw cliënten zien. Psychologen zijn echter gebonden aan het beroepsgeheim dat zowel verankerd is in het strafwetboek als in de deontologische code. Dit beroepsgeheim heeft niet alleen betrekking op alles wat u door en tijdens uw beroepsuitoefening verneemt. Hieronder valt ook de identiteit van uw cliënten.

Voor een aantal gezondheidszorgberoepen, zoals de artsen en de tandartsen, stellen de commentaren bij het WIB (334/4 >> klik hier) expliciet dat de fiscus geen kennis mag nemen van de identiteit van patiënten tijdens een controle. Om die reden wordt de identiteit van de cliënt ook niet doorgedrukt op het duplicaat van de getuigschriften die artsen opstellen. Voor hen is dus een expliciete uitzondering voorzien om het beroepsgeheim te beschermen. Er is anderzijds geen bepaling die duidelijk aangeeft dat deze uitzondering ook van toepassing is op psychologen. Dit leidt bij sommigen tot de veronderstelling dat een psycholoog toch inzage moet verlenen in de namen van patiënten. De Psychologencommissie betreurt dat er voor psychologen geen uitdrukkelijke uitzondering is voorzien want net zoals artsen zijn ook psychologen gebonden aan het beroepsgeheim.

↑ Terug

Hoe kunt u tegelijkertijd uw beroepsgeheim en uw fiscale verplichtingen respecteren?

Opdat de fiscus zijn controle-opdracht kan uitvoeren zonder dat u uw beroepsgeheim schendt, stellen we een refertesysteem voor[1].

Wat bedoelen we hiermee? In plaats van de naam van de cliënt op uw exemplaar van het ontvangstbewijs te schrijven, verwijst u naar deze persoon aan de hand van een code. Deze methode is beter dan het onleesbaar maken of uitwissen van de naam van de cliënt op uw exemplaar van het ontvangstbewijs omdat u indien nodig met een refertenummer steeds kunt achterhalen over welke cliënt het gaat.

↑ Terug

Ik wil een refertesysteem toepassen. Welke code moet ik gebruiken?

Dit kiest u in principe zelf. Initialen raden wij in elk geval niet aan, aangezien verschillende cliënten soms dezelfde initialen hebben. De bedoeling is immers dat elke cliënt een unieke ‘identificator’ krijgt.

↑ Terug

Ik gebruik geen refertesysteem, bestaat er een andere oplossing?

Gebruikt(e) u geen refertenummers om naar cliënten te verwijzen en krijgt u de fiscus op bezoek? Dan kunt u tijdens de controle ook samen met de fiscus de verschillende ontvangstbewijzen overlopen, waarbij u telkens de naam van de cliënt bedekt. Dit kan echter een omslachtige en tijdrovende bezigheid zijn die praktisch gezien niet altijd haalbaar is. Daarom draagt een refertesysteem de voorkeur.

↑ Terug

Moet ik verplicht gebruik maken van een refertesysteem?

Het gebruik van een refertesysteem is geen wettelijke verplichting. Wij stellen het voor als een oplossing om tegelijkertijd aan het beroepsgeheim en aan uw fiscale verplichtingen te voldoen. Indien u uw beroepsgeheim op een andere manier kunt garanderen, is dit uiteraard ook in orde. Overleg hierover eventueel met uw boekhouder.

↑ Terug

Wat als de fiscus toch de namen van cliënten wil kennen of andere vertrouwelijke documenten wil inkijken?

Wil de fiscus toch de namen van uw cliënten kennen of vraagt hij inzage in andere vertrouwelijke documenten? Dan kunt u uw beroepsgeheim laten gelden en hem tijdelijk inzage weigeren. In dat geval moet de fiscus contact opnemen met de Tuchtraad van de Psychologencommissie. Dit volgt uit artikel 334 van het Wetboek Inkomstenbelasting (>> klik hier voor meer info). De Tuchtraad zal vervolgens beoordelen of inzage door de fiscus in strijd is met het beroepsgeheim.

Het is eveneens de taak van de Tuchtraad om na te gaan of de psycholoog het beroepsgeheim inroept om derden te beschermen of uit eigenbelang. Het is immers niet de bedoeling dat de psycholoog het beroepsgeheim gebruikt om aan zijn eigen fiscale verplichtingen te ontsnappen. Indien de tuchtraad dit toch vaststelt, dan kan dit zelfs leiden tot een belastingverhoging, een administratieve boete of een strafrechtelijke veroordeling (hoofdstuk X, WIB).   

>>Klik hier voor meer informatie over het gebruik van deze ontvangstbewijzen.

↑ Terug

 

[1] Dit refertesysteem is gebaseerd op rechtspraak van het Hof van Beroep te Gent. In een rechtszaak tussen de fiscus en een advocaat over het beroepsgeheim bij fiscale controle stelde het Hof van Beroep dat een advocaat zich best proactief organiseert om zijn beroepsgeheim te beschermen tijdens een fiscale controle. Het hof suggereerde om in boekhoudkundige documenten naar cliënten te verwijzen met een refertenummer, i.p.v. de naam van de cliënt te gebruiken (zie ‘Hoofdstuk 3’. De fiscus op bezoek bij de advocaat: wat met het beroepsgeheim?’ in Roelants, K. & Vanden Broeck, M. (2013). De fiscale onderzoeksmachten in de inkomstenbelastingen. Mortsel: Intersentia. p. 14-15). Dit kan ook een oplossing zijn voor psychologen die met hetzelfde probleem worstelen.


 
Deel deze pagina