Uw cliënt heeft een misdrijf gepleegd of brengt andere personen in gevaar: wanneer kunt of moet u het beroepsgeheim doorbreken?

CASUS

Uw cliënt beschrijft zijn concrete plannen voor een gewapende overval. Aangezien u hem hier niet van kunt afbrengen, brengt u de politie op de hoogte. Kunt u het beroepsgeheim aan de kant schuiven om zo het leven van potentiële slachtoffers te beschermen?

CASUS

Uw cliënt maakte zich meermaals schuldig aan kindermisbruik en er zijn verschillende indicaties die u doen vermoeden dat hij dit opnieuw zal doen. U weet niet meer wat u moet doen. U komt noch binnen het kader van de hulpverlening tot een oplossing, noch krijgt u de toestemming om andere personen te betrekken in de hulpverlening om zo het gevaar af te wenden. Moet u nu het beroepsgeheim doorbreken of stopt hier uw verantwoordelijkheid?

Wanneer uw cliënt een misdrijf heeft gepleegd of dreigt te plegen, brengt dit heel wat vragen met zich mee. In dit dossier gaan we in op de volgende:

Vervolgens reiken we nog de volgende piste aan:

Tot slot kunt u hier nog een document downloaden met daarin:

  • een overzicht van de relevante uitzonderingen in één overzichtelijke tabel;
  • een beslissingsboom die u een houvast biedt in het bepalen van het antwoord op de vraag: kan of moet ik in mijn situatie mijn beroepsgeheim doorbreken?

Op deze pagina vindt u nog een overzicht van de wetsartikelen die worden vermeld in dit dossier.

Terug


Hoe bepaalt u of u in uw situatie het beroepsgeheim kunt of moet doorbreken?

Dit doet u door na te gaan of een van de principes opgesomd in onderstaande tabel van toepassing is. Deze tabel geeft een overzicht van de verschillende uitzonderingen op het beroepsgeheim die in deze context relevant zijn. We specificeren ook telkens of het gaat om een mogelijkheid of ‘spreekrecht’ om het beroepsgeheim te doorbreken, dan wel om een verplichting.

Elk van deze uitzonderingen is omkaderd door een aantal voorwaarden en gaat slechts op in een aantal zeer specifieke gevallen. In de vierde kolom verwijzen we daarom naar een bijkomende pagina voor meer uitleg. Deze pagina helpt u om te bepalen of de uitzondering op uw specifieke situatie van toepassing is.

We beklemtonen dat een oplossing binnen de vertrouwensrelatie, en de cliënt actief betrekken in uw interventies altijd voorrang krijgt op het doorbreken van het beroepsgeheim. Een doorbreking van het beroepsgeheim moet u steeds zien als een laatste redmiddel. Het beroepsgeheim berust immers op een aantal essentiële waarden die zoveel mogelijk moeten worden beschermd, waaronder:

  • het privéleven van de cliënt en zijn naasten;
  • de waardigheid en de integriteit van het beroep van psycholoog;
  • het vertrouwen van de burger in de zorgverlening.

Wanneer u tot een melding overgaat, moet u zich bovendien steeds beperken tot de strikt noodzakelijke informatie, ‘need to know’, niet ‘nice to know’. Als u het beroepsgeheim doorbreekt omdat er sprake is van een dreigende gevaarsituatie, geeft u alleen informatie door die nodig is om hieraan een einde te maken en alleen aan personen die zich in de mogelijkheid bevinden om u hierin verder te helpen.

Ook als u het beroepsgeheim mag doorbreken, moet u uiteraard oog blijven hebben voor uw andere deontologische plichten. Denk bijvoorbeeld aan de eerbiediging van de waardigheid van de cliënt (artikel 21 van de deontologische code).

UITZONDERING

WAT BETEKENT DEZE UITZONDERING?

VERPLICHTING OM HET BEROEPSGEHEIM TE DOORBREKEN?

HOE BEPAALT U OF HET VAN TOEPASSING IS?

De hulpverleningsplicht (art. 422bis van het Strafwetboek)

Net zoals elke burger draagt u de verantwoordelijkheid om hulp te bieden aan een persoon die in groot gevaar verkeert. U doorbreekt het beroepsgeheim omdat dit de enige manier is om aan deze hulpverleningsplicht te voldoen.

Artikel 422bis van het Strafwetboek spreekt niet van een aangifteplicht. Het stelt eigenlijk alleen dat u bij feitelijke gevaarsituaties hulp moet bieden. U bepaalt in dit kader zelf welke ‘soort’ hulp hiervoor het meest geschikt is.

MAAR, kan het gevaar alleen worden afgewend door het beroepsgeheim te doorbreken? Dan zal u wel moeten overgaan tot een melding om u niet schuldig te maken aan het misdrijf schuldig verzuim.

>> Klik hier voor meer informatie over:

  • de situaties waarin de hulpverleningsplicht van toepassing is;
  • de omstandigheden waarin de hulpverleningsplicht tot het doorbreken van het beroepsgeheim leidt.

Artikel 458bis van het Strafwetboek

Artikel 458bis van het Strafwetboek voorziet een wettelijk spreekrecht aan de procureur des Konings bij bepaalde misdrijven op minderjarigen of kwetsbare personen.

Neen, het gaat om een mogelijkheid om te spreken en geen meldplicht.

>> Klik hier voor meer informatie over de voorwaarden die moeten opgaan vooraleer u zich op dit spreekrecht kunt beroepen.

De noodtoestand

De noodtoestand is een rechtsprincipe dat niet in een wet is verankerd, maar wel unaniem aanvaard wordt in de rechtspraak en de rechtsleer. Het omschrijft de situatie waarin de overtreding van een wettelijke bepaling (vb. het beroepsgeheim) de enige manier is om een belangrijkere waarde (vb. het leven van een persoon) te beschermen. De noodtoestand vormt in dit geval een rechtvaardigingsgrond om het beroepsgeheim aan de kant te schuiven en toch te spreken.

De noodtoestand houdt geen verplichting in om het beroepsgeheim te doorbreken. Het gaat om een rechtvaardigingsgrond die u in bepaalde situaties de mogelijkheid geeft om toch te spreken.

>> Klik hier voor meer informatie over de voorwaarden die moeten opgaan vooraleer u de noodtoestand kunt inroepen om het beroepsgeheim te doorbreken.

Terug


Uw cliënt vertelt dat hij een misdrijf heeft gepleegd. Moet u dit altijd aangeven?

CASUS

Uw cliënt laat vallen dat hij fraude pleegt in het bedrijf waar hij werkt. Moet u dit aangeven bij de politie?

Neen, het beroepsgeheim omvat in principe alles wat u door en tijdens de uitoefening van uw beroep verneemt. Kennis van strafbare feiten op zich is geen voldoende voorwaarde om uw geheimhoudingsplicht te doorbreken[1]. Uw functie als psycholoog is immers niet het opsporen van misdrijven. Het beroepsgeheim vormt daarentegen een basisvoorwaarde voor de beroepsuitoefening door een veilige omgeving te voorzien waarbinnen cliënten zonder angst of druk alle mogelijke onderwerpen kunnen brengen. Dit geldt evenzeer indien er sprake is van een misdrijf of van afkeurenswaardig gedrag. Net omdat deze cliënten de vrijheid hebben om hierover te spreken, kunt u binnen de vertrouwensrelatie samen werken aan oplossingen.

Indien zij die beroep willen doen op een psycholoog vrezen dat u hen voor overtredingen zal aangeven, bestaat daarentegen het risico dat zij zich niet meer tot de hulpverlening richten of informatie die voor de hulpverlening belangrijk is, achterhouden. Het beroepsgeheim speelt als dusdanig een belangrijke rol in de bescherming van de privacy van uw cliënten, maar dient ook andere waarden die verder gaan dan de belangen van uw cliënten en hun naasten. Zo is het beroepsgeheim ook belangrijk voor het beroep in zijn geheel: het is de basis voor het vertrouwen dat de verschillende professionals nodig hebben om hun beroep op zinvolle wijze te kunnen uitoefenen[2]. Anderzijds vervult het beroepsgeheim ook een functie van algemeen belang doordat het aan elke burger de mogelijkheid biedt om zich in het volste vertrouwen tot een professional te richten, zonder vrees voor indiscreties[3].

Niettemin bestaan er een aantal uitzonderingssituaties waarbinnen u het beroepsgeheim kan of soms zelfs moet doorbreken (zie het vorige punt). Alleen indien een van deze van toepassing is, kunt u dus overgaan tot het doorbreken van het beroepsgeheim zonder dat u artikel 485 van het Strafwetboek schendt.

Terug


Wat doet u het best in uw situatie: zwijgen of spreken?

Hoewel we beseffen dat dit geen gemakkelijke afweging is, bent u eigenlijk de enige die deze afweging kan maken. U alleen hebt immers een zicht op de volledige situatie. Dit betekent ook dat u moeilijke knopen zal moeten doorhakken in situaties waarin heel wat twijfel en onzekerheid meespelen.

Dit wil echter niet zeggen dat u niet in overleg kunt gaan met collega’s, bijvoorbeeld in intervisie en supervisie, zonder weliswaar de identiteit van de betrokkenen bekend te maken. Dergelijk overleg vormt een belangrijke meerwaarde: u krijgt meer zicht op de mogelijke interventies en u voelt zich geruggensteund in uw handelen. We onderstrepen daarom het belang van niet in isolement te werken en te investeren in de ontwikkeling van uw netwerk. We denken hier zowel aan psychologen als aan professionals uit andere disciplines.

Overleg met beroepsbeoefenaars die zorg verlenen aan de cliënt kan uiteraard ook een meerwaarde zijn. Denk bijvoorbeeld aan de behandelende arts of specialist, vb. psychiater, of uw naaste collega’s indien u in teamverband werkt. Deze uitwisselingen moet u uiteraard kunnen kaderen binnen uitzonderingen als het gedeeld beroepsgeheim.

Een aantal belangrijke vragen die een leidraad kunnen zijn in uw reflectieproces en in het motiveren van uw beslissing:

  • Is een oplossing binnen de vertrouwensrelatie met de cliënt echt niet mogelijk?
  • Wat zijn de opties en wat hebt u reeds geprobeerd?
  • Hebt u van gedachten gewisseld met andere personen? Denk aan collega-psychologen, collega’s uit andere disciplines of gespecialiseerde diensten als het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling? Wat denken zij over de situatie?
  • Hebt u met de cliënt hierover gesproken? Wat is zijn standpunt?
  • Waarom is het noodzakelijk dat de informatie met een derde wordt gedeeld?
  • Kan de cliënt worden gemotiveerd om zelf de feiten aan te geven of om af te zien van zijn voornemens?
  • Wie is de meest aangewezen persoon om in te lichten?
  • Is een van de wettelijke uitzonderingen op het beroepsgeheim van toepassing? Hebt u alle voorwaarden overlopen? Is een van de wettelijke uitzonderingen op het beroepsgeheim van toepassing? Hebt u alle voorwaarden overlopen?

Houd bij overleg met derden steeds het beroepsgeheim in het achterhoofd. Bespreek de casus zonder de identiteit van de betrokkene bekend te maken, zowel expliciet als via informatie waaruit de identiteit indirect kan worden afgeleid. De situatie is uiteraard anders indien u zich op een van de uitzonderingen op het beroepsgeheim kunt beroepen.

Terug


Waarom is een neerslag van uw reflectieproces in het dossier belangrijk?

Keuzes rond het doorbreken van het beroepsgeheim zijn steeds complex en delicaat. We raden u dan ook om uw beslissing goed te motiveren en uw reflectieproces neer te schrijven in uw dossier. Dit is belangrijk omwille van de volgende redenen:

  • Het kan u helpen om afstand te nemen van de situatie en er op een objectievere manier naar te kijken. Dit kan u op weg helpen in het nemen van een beslissing.
  • U hebt steeds iets om op terug te vallen indien er op een later moment een discussie ontstaat over uw beslissing en u moet reconstrueren hoe u tot uw beslissing gekomen bent. 
  • Een dergelijk document kan u helpen aantonen dat u uw beslissing op een weloverwogen, serieuze  en nauwgezette manier hebt genomen.

TIP. U doet dit best zo snel mogelijk. Alles zit dan nog vers in het geheugen en belangrijke details verdwijnen zo niet naar de achtergrond.

Terug


Op welke andere hulplijnen kunt u zich beroepen wanneer er sprake is van kindermishandeling?

Voor gericht advies en ondersteuning bij een vermoeden van kindermishandeling, kunt u terecht bij het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling. Deze dienst helpt u zicht te krijgen op de situatie en mogelijke handelingsalternatieven. U vindt hier de contactgegevens.

Aan Franstalige kant bestaat er ook Yapaka.be. Dit is een initiatief van het Ministerie Wallonië-Brussel (1998) en is bedoeld als preventieprogramma om (kinder)mishandeling te voorkomen. U vindt er heel wat nuttige informatie over mishandeling en het omgaan met vechtscheidingen bijvoorbeeld. Deze informatie is jammer genoeg enkel beschikbaar in het Frans. Voor zover we weten, bestaat er geen Nederlandstalige equivalent.

Terug


Referenties

[1] Leijssen, M. (2005). Gids beroepsethiek. Leuven: Acco, p. 52.

[2] Hausman, J.-M. (2016). Secret professionnel et confidentialité. In Hausman, J.-M., & Schamps, G. (reds.). Aspects juridiques et déontologiques de l’activité de psychologue clinicien. Bruxelles: Bruylant, p. 204.

[3] Zie onder meer E.H.R.M., 25 fébruari 1997, Z. c. Finland, § 95; E.H.R.M., 27 augustus 1997, M.S. c. Zweden, § 41 ; Cass. 29 maart 1905; Cass. 23 juni 1958.


 
Deel deze pagina